maandag 14 juli 2014

Geleerd op de visles: vissen met de feeder..


Binnenkort beginnen de jeugdwedstrijden (25 juli).
    Nog vlug even herhalen wat er op de visles geleerd werd over het vissen met feeder:


Een woordje uitleg over het feedervissen
1. Wat is een feeder?
            Een feeder is een werphengel waarmee je op grotere afstand kan vissen.
            Op deze werphengel is een molen gemonteerd.
            Met een feeder wordt meestal op grotere vissen gevist zoals brasem.

2. Welke soorten feeders bestaan er? (belangrijk bij aanschaf)
Je hebt verschillende gewichtklassen bij de feeder: Haevy, medium, light of picker.. Afhankelijk van waar je gaat vissen. Zo kies je een heavy feeder op fel stromend water of als je meer dan 60 meter ver gaat vissen.
Over het algemeen kan je het best kiezen voor een medium feeder met een lengte van ongeveer 4 meter.
Vraag even wat uitleg bij uw hengelsportzaak, vaak zijn er mooie aanbiedingen. Bij hengelsport de Snoek Ophoven worden misschien wel de meeste feeders gekocht in België en Nederland, daar kunnen ze je zeker goed helpen bij de keuze.

3. Waar op letten bij molen?
            Belangrijkste is dat er een clip op zit voor de lijn achter vast te zetten..
Als je een bepaalde afstand hebt gekozen, zet je de hoofdlijn achter deze clip. Op die manier zal je steeds op dezelfde afstand ingooien.

4. Welke vislijn op de molen?
Op de molen moet ook nog vislijn op gedraaid worden (dit is de hoofdlijn).
Een goede opvulling op de molen is belangrijk. We raden aan om een goede draad te nemen met een dikte van ongeveer 0,24 millimeter.
Het beste kan je die lijn al bij de hengelsportzaak op de molen laten draaien.

5. Aan de hoofdlijn moet een voerkorfje gemaakt worden. Welke systemen zijn er om dat     voerkorfje te bevestigen?
            Met touwtje, hoekafhouder, lus, schuivende montage…
Montage met koordje ± 25 cm



Montage met hoekafhouder

Montage met lus

6. Welke voerkorfjes?
            We raden aan om als beginner voerkorfjes te gebruiken van 25 of 30 gram.

7. Ondereindjes? Lengte, dikte, welke haken?
            Gebruik bij voorkeur ondereindjes met een lengte van 80 tot 100 cm.
            Omdat je vooral grote vissen vangt, mag je een dikte van ±0,14 mm gebruiken.
            We raden aan om ook geen te kleine of te grote haken te gebruiken: nr. 14 of nr. 16

8. Feedervoer?
            Mag niet plakken en moet na enkele minuten uit de voerkorf zijn.
            Feedervoer mag niet te nat zijn.
            Verschil in brasem en voornvoer
            Voor brasem mag het iets grover van structuur zijn;
            Voor brasem moet er weinig werking zijn in het voer.
Voor brasem speelt de geur en de reuk een grotere rol.
Voor voorn iets fijner van structuur en mag het voer meer werking hebben.

9. Het inwerpen met een feeder?
            Richtpunt nemen aan de overzijde van het viswater.
            Dieptes uitzoeken. (een korfje van 30 gram zakt ongeveer een meter per seconde)
            Verte bepalen. (als beginner moet je niet verder dan 25 tot 30 vissen)
            Kijken of er geen obstakels  in de buurt liggen (langzaam over bodem trekken)
            Indien plaats en verte bepaald: lengte uitzetten op oever (bij eventueel kapot gooien)
            Telkens op dezelfde manier ingooien en feeder neerleggen op de feedersteun.

10. Het gebruik van een feedersteun.
            De feedersteun op een juiste wijze plaatsen zodat je de beten goed ziet.

11. Toevoegingen in voer? Dit helpt vaak om meer beten te krijgen.
            Maden (voorzichtig zijn met hoeveelheid)
            Casters (lichtbruine verpopte maden)
            Pieren: je kan telkens een paar stukjes pier in het voerkorfje stoppen
            Reukstoffen (altijd zo laat mogelijk in voer doen)

12. Het voeren met de feeder?
            Voerplaats aanleggen (bv 6 korfjes voor te beginnen), zonder een ondereindje.
            Eenmaal aan het vissen: dan niet langer dan 5 tot 10 minuten laten inliggen.

13. Technieken of trukjes bij het feedervissen?
            Af en toe het korfje een beetje bijtrekken.
            Soms een meter verder of korter proberen of beetje naar links of rechts.
            Regelmatig varieëren met aas.

14. Wat als je een grote vis vangt?
            Zorg dat je een lang schepnet bij hebt.
            Draai de molen niet te ver op, anders kan je dis niet goed scheppen.
            Behandel de vis zachtjes, zodat die niet lijdt en zo kan je hem nog eens kan vangen.

Zit de haak te diep in de bek, dan kan je beter de haak afknippen dan met de onthaker de vis te kwetsen.